Deep Purple – Whoosh! – Week 35

Q5Radio

2020, het is op zich al een uiterst historisch jaar. Wat het gedenkwaardiger maakt in rockkringen, is dat het ook een jaar is waarin we, 50 jaar na In Rock een nieuwe release van Deep Purple mogen beluisteren. Fervente Blackmore-adepten vinden dat de band al jaren een veredelde coverband is, dan wel een vehikel om de wereld de aan slijtage onderhevige stembanden van Ian Gillan nog eens te laten horen. Dat is niet alleen makkelijk gezegd, het gaat ook voorbij aan de kwaliteit van de albums die de band de afgelopen jaren uitbracht. Bovendien, anders dan de minstreel in het zwart die zich richtte op het reanimeren van de legende die Rainbow was en die zich daarnaast vooral bezig hield en houdt met renaissance muziek, richtte Deep Purple zich de afgelopen jaren op het schrijven van nieuwe rockmuziek.
Toegegeven, de band leverde in 2013 met Now What?! al een album af dat een zeer waardig einde van de carrière van de rockveteranen had betekend en ja, waren we er daarna eigenlijk niet al van overtuigd dat Infinite uit 2017 het laatste wapenfeit van de band zou zijn? Zeker toen de tour de naam “The Long Goodbye” kreeg, leek het alsof de band die de wereld de meest legendarische riff ooit gaf, die verantwoordelijk was voor de fraaiste Hammond-Strat interactie, met de zeer strakke en steeds bescheiden ritmesectie én die prachtige zangpartijen uit Child In Time, nu toch wel het einde van hun loopbaan in beeld brachten. Na het overlijden van Jon Lord én de serieuze gezondheidsissues voor meesterdrummer Paice, die andere Ian, zou dat geen gekke gedachte zijn geweest. De tour ging echter door en door. En de band besloot andermaal de studio in te duiken.
Met op gitaar inmiddels sinds jaar en dag de zeer smaakvol spelende Steve Morse en op toetsen de naar veler mening enige rechtmatige opvolger van Jon Lord, Don Airey, de heerlijke drumpartijen van Ian Paice en het prima stuwende baswerk van Roger Glover en de nog steeds zeer behoorlijk zingende Ian Gillan, hoor je aan het album niet dat de gemiddelde leeftijd van de heren inmiddels 72 is. Natuurlijk, de ijzige hoogten van Child In Time haalt Ian niet meer, maar dit album laat horen dat hij vol klasse tot de éminences grises van de rockzangers hoort. Met andermaal de productie in handen van Bob Ezrin, die de band op de eerdere twee albums al als herboren liet klinken, lijkt het, vreemd genoeg, alsof Ian hier het meest ontspannen klinkt, het dichtst bij de vrijheid die hij als jongeling in zijn stem wist te leggen.
Vitaal. Het klinkt paradoxaal om dat te zeggen van een band die al meer dan vijftig jaar actief is. En toch is dat hoe Whoosh! klinkt. Er nu toe doend, met teksten die over het hier en nu gaan. Opener Throw My Bones geeft al meteen het visitekaartje af. Heerlijke riff van Morse met strak spel van Paice er achter en dan al snel de bas van Glover erbij en een heerlijk loopje van Airey. Het tussenstuk geeft de ruimte aan een fraaie solo van Steve. Zijn stempel heeft hij dan al gezet: herkenbare riffs, gevoel voor melodie en verdomd veel gevoel in zijn solo’s. Mooi dat in de clip ook een verwijzing zit naar het vorige album.
Steve opent ook het tweede nummer, Drop The Weapon, snel vergezeld door Don Airey. Een nummer over wapenbezit en hoe het opgeven daarvan de wereld beter kan maken. Gillan in beschouwende modus in de teksten op dit abum. De laatste albums laten die kant wel meer van hem zien. Of horen, liever gezegd. Het nummer biedt Don en Steve de gelegenheid een stukje typisch Purple accent te zetten, met Paice die drumt alsof hij nog zo fris is als ten tijde van In Rock. Purple met koortjes, dat is misschien wennen, maar verdorie, wat klinkt dat goed.
Die koortjes komen ook terug in We’re All The Same In The Dark, met hierin Ian die heerlijk losgaat in zijn zang. Nothing At All maakt het album wat stemmiger, maar met erg fijn samenspel van Don en Steve. Onderscheidend voor het spel van Steve in dit nummer is de ingehouden manier waarop hij speelt, zelfs in de solo is dat te merken. “Hoe Purple wil je het hebben?”, is de vraag als vervolgens Don losgaat in een prachtige toetsensolo. Het is een uiterst relaxed nummer; je kunt je zomaar
voorstellen dat Jon Lord van dit nummer ook zeer genoten zou hebben. Á propos Jon, de opening van No Need To Shout roept onmiddellijk herinneringen op aan het titelnummer van het comeback album van Deep Purple MK II, Perfect Strangers. De riff die volgt, tja, die doet wel denken aan Purple ten tijde van Coverdale en Hughes. Afijn, om niet alles weg te geven, ga er vooral eens voor zitten en luister erna: misschien werkt het voor jou wel heel anders.
Wat het album vooral brengt, is dat je de band hoort genieten van wat ze doen. De beide Ians en Roger hebben het alle drie al vaker gezegd: deze band heeft lol met elkaar. Tel daarbij dat ze vinden dat het samen muziek met elkaar maken energie geeft én dat ze het nog naar hun eigen maatstaven kunnen doen en je ziet waarom ze nog een keer met elkaar aan de slag zijn gegaan. Ga er maar eens aan staan, originele nummers schrijven als je al zolang al in de muziek actief bent. Er zijn er natuurlijk wel meer die dat doen, maar daarbij ook nog eens top presteren, dat is toch zeker niet iedereen gegeven. De band kiest er niet voor om op zijn lauweren te gaan rusten, maar gaat ook nu verder op zijn muzikale pad. Met ‘Whoosh!’ als uitstekend visitekaartje. We hebben al stil gestaan bij een aantal nummers, maar er staan meer fraaie tracks op. Van het ronduit schitterende The Long Way Round (met tekstuele verwijzing naar Ian’s periode bij Black Sabbath), via het wat donkere The Power Of The Moon en de korte instrumental Remission Possible naar het al eerder onder de aandacht gebrachte Man Alive is al een erg mooie run. Met het van Shades Of Deep Purple afkomstige And The Address is er een tweede instrumental te vinden; het is mooi om de twee versies naast elkaar te horen en van de verschillen te genieten. Het spelplezier druipt er hier gewoonweg vanaf. En ja, daarna afsluiten met een voor Purple begrippen bijna dansbaar nummer, zoals al gezegd, de mannen hebben lol met elkaar. Zoals ze zelf zeiden: Deep Purple is putting the Deep back into Purple.
Was Infinite in het rijtje albums die Purple maakte met Bob Ezrin misschien minder sterk dan Now What?!, dan is Whoosh! toch zeker weer zo sterk. Misschien nog wel sterker. De losheid die de band hier uitstraalt, het spelplezier en de nummers die zich echt wel in je hoofd en hart nestelen, ja, ook vijftig jaar na In Rock, weet Deep Purple gewoon weer te overtuigen. Zorg er gewoon voor dat je de kans krijgt om het album te luisteren, je weet wel, op vinyl, of, als je het moderner wilt, op cd. Maar zo in elk geval dat je de teksten ook nog even tot je kunt nemen en dat je kunt genieten van het prachtige artwork. Dat flikken ze ook nog maar even. Maar meer nog dan dat is het hier de synergie van een andermaal uitblinkende Morse op gitaar, een heerlijk swingende Airey die ook de nodige ruimte krijgt naast maatje Morse, de als vanouds sterk stuwende ritmesectie Glover en Paice en de nog immer prima zingende Gillan, die ons ook op dit album met zijn teksten nog iets te overdenken geeft. Vijftig jaar na In Rock, is het Deep Purple dat als enige van de grote drie Britse hardrock bands uit de jaren Zeventig nog actief is en nieuwe muziek brengt. En hoe! Als dit uiteindelijk het slotakkoord van de mannen blijkt te zijn, dan is dat wel een zeer waardig einde van een indrukwekkende loopbaan. Als de band deze energie weet vast te houden, dan zit er misschien nog wel meer in het vat. Zeer fraai album!
Het album Whoosh! van Deep Purple is uitgebracht door Ear Music op 7 augustus 2020.
( Bron: writteninmusic.com )

Deep Purple, rock band

Biografie:
Deep Purple is een Engelse hardrockband die in 1968 in Hertfordshire werd opgericht. Samen met groepen als Black Sabbath en Led Zeppelin worden ze beschouwd als heavy metal-pioniers. Vooral invloedrijk voor latere metalbands waren de krachtige screams van Ian Gillan en de virtuoze solo’s van Ritchie Blackmore. Deep Purple was ook erg invloedrijk op progressieve muziek, waarbij hun stijl in de loop van de jaren evolueerde en een verscheidenheid aan genres omvat, van artrock tot blues tot psychedelica en meer.
De vroege dagen:
Deep Purple’s vroege output varieerde van energieke rock (zoals hun cover van Joe South’s “Hush”, die een iconische radiohit werd die klom naar # 4 op de Amerikaanse Billboard Hot 100 chart) tot sterk klassiek beïnvloede stukken (zoals “April” , een geliefd juweeltje van hun derde album). Hun eerste paar albums bevatten erg lange solo’s, zoals die op de covers van de band “Hey Joe” en “I’m So Glad”. De aantrekkingskracht van de zwaardere, arena-vriendelijke nummers van de groep bracht hen aanzienlijk succes in de VS, waardoor ze zich onderscheiden van veel Engelse tijdgenoten, met name in hun debuutalbum ‘Shades of Deep Purple’ uit 1968.
Met name oprichter en gitarist Ritchie Blackmore vond na hun derde album dat de band een hardere kant op moest. Hij vond ook dat de toenmalige zanger Rod Evans en bassist Nicky Simper niet in staat waren om in die richting te werken. Beiden werden daarom losgelaten en Blackmore liet ze vervangen door zanger Ian Gillan en bassist Roger Glover van poprockgroep Episode Six. Wat nu wordt gezien als de klassieke Deep Purple-line-up ontstond toen toetsenist Jon Lord en drummer Ian Paice binnenkwamen, deze line-up wordt vaak bestempeld als ‘MK II’ (in tegenstelling tot de vorige ‘MK I’ met Evans en Simper).
De eerste output van deze vernieuwde groep was een gemengd elektrisch en orkestalbum met het London Philharmonic Orchestra, ‘Deep Purple in Concert’, met als middelpunt het “Concerto for Group and Orchestra” van Lord. De uitgave uit 1969 behaalde enig internationaal commercieel succes ondanks (of, vanwege) zijn novetly, en bereikte # 149 in de Billboard 200-hitlijst. Het hele project werd naar verluidt geïnitieerd na een inactief gesprek met de manager van de band over de mogelijkheid die ertoe leidde dat hij het orkest boekte en de onervaren componist een deadline gaf om het werk van een openbaar concert te produceren.

Na deze ongewone onderneming volgden vier zeer invloedrijke studioalbums in de komende vier jaar: ‘Deep Purple in Rock’, ‘Fireball, Machine Head’ en ‘Who Do We Think We Are?’, En het livealbum ‘Made in’. Japan’. Afgezien van het krijgen van veel lovende kritieken, verspreidde de invloed van de band zich naarmate veel nieuwe hardrockgroepen naar hun geluid keken. Het Amerikaanse publiek at de Engelse groep op, en album na album steeg op in de Billboard 200-hitlijst.
Hoewel deze line-up nog steeds een aantal nummers opnam met een lichtere, bijna pop-achtige toon, zoals “Strange Kind of Woman” en “Black Night”, duwden de invloed van hun nieuwe bloed en de impuls die dit gaf aan de bestaande leden de band sterk naar binnen. de richting van zware rockmuziek. Nummers als “Speed King”, “Child in Time” en het enorm populaire “Smoke on the Water” toonden de vurige geest van de groep, waarbij Deep Purple blijvend internationaal commercieel succes behaalde.
In 1973 leidden creatieve spanningen ertoe dat Gillan en Glover de band verlieten en werden vervangen door de voorheen onbekende zanger David Coverdale en ex-Trapeze-bassist / zanger Glenn Hughes. Deze nieuwe line-up zette het succes van hun voorgangers voort met het opnemen van de albums Burn en Stormbringer, en verdere succesvolle tours en live albums. Blackmore raakte echter ontgoocheld door de toenemende funkrichting die hij voelde dat de band nam en vertrok om Rainbow te vormen (een naam geïnspireerd op het podium toen ze optraden op het California Jam-muziekfestival) met voormalige leden van Elf, die eerder hadden getourd met Deep Purple als voorprogramma.
De band rekruteerde voormalig James Gang-gitarist Tommy Bolin en nam Come Taste the Band op. Het was tijdens de 75/76 tour dat de spanningen binnen de band echt naar boven kwamen en eindigden met hun laatste optreden in Liverpool in maart 1976, waar Coverdale aftrad en de band ophield te bestaan. Tommy Bolin stierf in december 1976 aan een overdosis heroïne terwijl hij op tournee was met zijn soloband.
Coverdale ging verder met het vormen van Whitesnake, waarbij Paice en Lord zich bij Tony Ashton voegden om de kortstondige Paice, Ashton en Lord te vormen voordat ook zij zich bij Coverdale in Whitesnake voegden. Hughes voltooide een soloalbum, maar bracht het grootste deel van de jaren 70 en 80 door met vechten tegen drugsverslaving, die hij uiteindelijk overwon in de jaren 90 en sindsdien een reeks soloalbums heeft geproduceerd.
Weer terug (MK II de 2e):
In 1984 werd de bekendste tweede line-up van Deep Purple (Ian Gillan, Jon Lord, Ian Paice, Roger Glover en Richie Blackmore) herenigd om de albums Perfect Strangers en The House of Blue Light te produceren. De spanningen keerden echter terug en Gillan werd ontslagen en vervangen door Joe Lynn Turner, voorheen van Rainbow. Deze line-up duurde slechts één album, Slaves and Masters, voordat Ian Gillan weer terugkeerde voor The Battle Rages On. Blackmore verliet de band vervolgens voorgoed tijdens een tournee ter ondersteuning van dit album, dat tijdelijk werd vervangen door Joe Satriani. Gedurende deze tijd werden veel archief live-albums van de originele Deep Purple-line-up uitgebracht, zoals Scandinavian Nights (een 1988-release van een concert uit 1970) en King Biscuit Flower Hour (een 1995-release van twee 1976-concerten)
De overige leden rekruteerden Dixie Dregs / Kansas-gitarist Steve Morse en, nieuw leven ingeblazen, produceerden wat velen als hun beste werk in vele jaren beschouwden, Purpendicular, daarna Abandon voordat Lord met pensioen ging en werd vervangen door voormalig Rainbow en Ozzy Osbourne-toetsenist Don Airey. Deze line-up heeft sindsdien de albums Bananas en Rapture of the Deep opgenomen.
Hoewel niet zo invloedrijk of commercieel succesvol als in hun oorspronkelijke incarnatie, is de band gedurende deze laatste periode een succesvolle studio en live-act gebleven.
( Bron: nporadio5.nl – vertaald )

Deel...
Next Post

Vinyl op Zondag weer Livé vanaf Zondag 30 Augustus

Hoi Beste Website Bezoeker / Luisteraar, Na een Zomerstop van een aantal maanden en een Heerlijke Vakantie te hebben genoten wordt het weer stilletjes aan tijd om Vinyl op Zondag te gaan presenteren. Vanaf Zondag 30 Augustus zal ik wederom tussen 12 en 14:00 uur met Veel Plezier de plaatjes […]
Translate »